De os en de ezel

Een rund herkent zijn meester, een ezel kent zijn voederbak,

maar Israël mist elk inzicht, mijn volk leeft in onwetendheid.

(Jesaja 1: 3)

Niemand doet kwaad, niemand sticht onheil op heel mijn heilige berg.

Want kennis van de HEER vervult de aarde, zoals het water de bodem van de zee bedekt.

(Jesaja 11:9)

 

In vele huizen zal er weer een kerststalletje staan, met daarin Jozef en Maria, het kindje Jezus in de kribbe. Steevast vind je er ook een os en een ezel.

Ze komen niet uit het Kerstverhaal maar uit het boek Jesaja.

Je kunt niet zeggen dat de profeet je in een welbehaaglijke kerstsfeer brengt.

Met behoorlijk scherpe woorden valt zijn boek met de deur in huis.

Ze vormen een felle aanklacht tegen wat er mis is in de samenleving.

De Eeuwige herkent zich niet meer in de weg die de mensen gaat.

De os – het rund – herkent zijn eigenaar en de ezel is vertrouwd met zijn voederbak.

Maar de mensen zijn van God losgeraakt.

Ze kennen Hem niet meer in de manier waarop ze leven.

Profeten zijn fel als ze moeten blootleggen wat er mis gaat.

Maar het is niet hun bedoeling in een negatieve sfeer te blijven hangen.

Ze zeggen ook hoe het anders moet kunnen en roepen op tot omkeer.

In de tijd van Advent geeft de kerk vanouds veel stem aan profeten als Jesaja.

Hun boodschap is vaak verrassend actueel.

Hun moed om misstanden bloot te leggen wekt bewondering.

En de beloften die zij van Godswege uitspreken kunnen inspireren tot daden die getuigen van geloof, hoop en liefde.

Jesaja profeteert van een messias-koning.

Rondom hem worden alle dingen nieuw.

De wolf ligt naast het lam, de leeuw en het rund eten beide stro.

Zo tekent de profeet een samenleving die niet meer worden beheerst door het principe van ‘eten of opgevreten worden’, van macht hebben of machteloos gehouden worden.

Beelden van vrede, die onmogelijk lijken, maar ze laten je toch niet los.

Vrede wordt mogelijk, zegt Jesaja, omdat de aarde vol zal zijn van de kennis van de HEER.

God kennen is: omgaan met Hem, zoals Jezus Hem laat zien.

En zijn wil doen.

Wat altijd ook inhoudt: goed zijn voor mensen om je heen.

Tussen Jesaja 1 en Jesaja 11 staat het Evangelie.

Jezus heeft met zijn leven, dood en opstanding Jesaja’s visioen opnieuw wakkergeroepen.

Na Pinksteren begon het wereldwijd gestalte te krijgen: in een Gemeente die volken en rassen, klassen en kleuren met elkaar verbindt.

Kerstfeest is het feest bij uitstek waarop wij die verbondenheid zoeken.

We vieren Christus’ komst.

We doen dat, omdat we geloven in zijn toekomst.

En er met hoopvolle daden op willen inspelen.

Daartoe willen ook de os en de ezel in de kerststal ons inspireren.

ds Gerrit van den Dool