HET ONZE VADER EN DE JOODSE ACHTERGRONDEN DAARVAN

Bijbelgesprekskring donderdag 31 januari 2019
EN LEID ONS NIET IN VERZOEKING, MAAR VERLOS ONS VAN DE BOZE (NBG1951)EN BRENG ONS NIET IN BEPROEVING, MAAR RED ONS UIT DE GREEP VAN HET KWAAD (NBV)
VRAGEN:
* Wat zijn je eerste gedachten bij dit gebed?*
Bij welke vertaling voel je je het meeste thuis?
1 Verzoeking of beproeving?
In de zesde bede gaat het om “verzoeking, beproeving”. Verzoeking heeft een negatieve lading, beproeving een positieve. Het is hetzelfde woord en dezelfde werkelijkheid, maar dan gezien vanuit verschillend perspectief.
In de verzoeking wil de duivel ons verlossen van God. In de beproeving wil God ons verlossen van de duivel. (Gerard Rothuizen.. ). Beproeving is nauw verbonden met ervaringen van lijden. Zie het boek Job: de satan (“aanklager, tegenstander”) vraagt carte blanche om Job te beproeven. De Bijbel geeft niet HET antwoord op HET probleem van het lijden. Terecht schrijft iemand: de idee van de beproeving is bedoeld niet om het leed te VERKLAREN, maar om het te VERWERKEN.
VRAAG: Wat vinden wij daarvan?

Kernverhaal uit het Evangelie: Mattheüs 4: 1-11 (NBG1951 – NBV)

41Toen werd Jezus door de Geest naar de woestijn geleid om verzocht te worden door de duivel. 2En nadat Hij veertig dagen en veertig nachten gevast had, kreeg Hij ten laatste honger. 3En de verzoeker kwam en zeide tot Hem: Indien Gij Gods Zoon zijt, zeg dan, dat deze stenen broden worden. 4Maar Hij antwoordde en zeide: Er staat geschreven: Niet alleen van brood zal de mens leven, maar van alle woord, dat uit de mond Gods uitgaat. 5Toen nam de duivel Hem mede naar de heilige stad en hij stelde Hem op de rand van het dak des tempels, 6en zeide tot Hem: Indien Gij Gods Zoon zijt, werp Uzelf dan naar beneden; er staat immers geschreven: Aan zijn engelen zal Hij opdracht geven aangaande u, en op de handen zullen zij u dragen, opdat gij uw voet niet aan een steen stoot. 7Jezus zeide tot hem: Er staat ook geschreven: Gij zult de Here, uw God, niet verzoeken. 8Wederom nam de duivel Hem mede naar een zeer hoge berg en hij toonde Hem al de koninkrijken der wereld en hun heerlijkheid, 9en zeide tot Hem: Dit alles zal ik U geven, indien Gij U nederwerpt en mij aanbidt. 10Toen zeide Jezus tot hem: Ga weg, satan! Er staat immers geschreven: De Here, uw God, zult gij aanbidden en Hem alleen dienen. 11Toen liet de duivel Hem met rust en zie, engelen kwamen en dienden Hem.   1Daarna werd Jezus door de
Geest meegevoerd naar de
woestijn om door de duivel op de proef gesteld  te worden.
2Nadat hij veertig dagen en
veertig nachten had gevast,
had hij grote honger.
3Nu kwam de beproever naar hem toe en zei: ‘Als u de Zoon van God bent, beveel dan die stenen in broden te verande–ren.’ 4Maar
Jezus gaf hem ten antwoord: ‘Er staat geschreven:
“De mens leeft niet van brood alleen, maar van ieder woord dat klinkt uit de mond van God.”’ 5Vervolgens nam de Geest hem mee naar de heilige stad en zette hem op het hoogste punt van de tempel. 6Hij zei tegen hem: ‘Als u de Zoon van God bent, spring dan naar beneden. Want er staat geschreven:“Zijn engelen zal hij opdracht geven om u op hun handen te dragen, zodat u uw voet niet zult stoten aan een steen.”’ 7Jezus antwoordde: ‘Er staat ook geschreven: “Stel de Heer, uw God, niet op de proef.”’ 8De duivel nam hem opnieuw mee, nu naar een zeer hoge berg. Hij toonde hem alle koninkrijken van de wereld in al hun pracht 9en zei: ‘Dit alles zal ik u geven als u voor mij neervalt en mij aanbidt.’ 10Daarop zei Jezus tegen hem: ‘Ga weg, Satan! Want er staat geschreven: “Aanbid de Heer, uw God, vereer alleen hem.”’ 11Daarna liet de duivel hem met rust, en meteen kwamen er engelen om voor hem te zorgen.

Dit verhaal speelt zich af direct na Jezus’ doop in de Jordaan, waar Hij zijn messiaanse roeping ontving:’Mijn Zoon ben jij….’ De titel ‘Zoon’ duidt op een innige relatie. Zij wordt in het Oude testament gebruikt voor het volk Israël en voor de koningen van Israel. Zij duidt op een bijzondere opdracht. Hoe die in te vullen?
Verbonden met Jezus hebben gelovigen in deze verhalen ook zichzelf herkend: de eigen doop en de verzoekingen/beproevingen die op jouw weg komen. In het evangelie zijn er drie kernmomenten waarop Jezus een beslissende keuze moet doen. Bij alle drie is sprake van ‘verzoeking/beproeving’.

a) Aan het begin, in de woestijn
b) In het midden, als Jezus vraagt: wie zeggen de mensen, en wie zeggen jullie dat Ik ben? Als Petrus namens allen de belijdenis van de gemeente uitspreekt dat Jezus de Messias, de Zoon van de levende God is, maakt Jezus duidelijk dat Hij een lijdensweg tegenmoet gaat. Als Petrus dan uit naam van God bezweert dat Jezus dat niet zal overkomen, reageert Jezus fel en noemt Hij Petrus een satan!
c) In de Hof van Gethsemane, als Jezus worstelt met de vraag of lijden en dood werkelijk zijn weg zal moeten zijn.

In het NT is, in het verlengde van bovenstaande, de verzoeking door de boze vooral realiteit in situaties waarin afval dreigt, door druk van buiten: b.v.
– uitgebeeld in de hof van Getsemane, waar de discipelen slapen: waak en bid dat je niet in verzoeking komt!
het woord “volharden” heeft de kleur van standhouden in verzoekingen.
– in de verzoeking gaat het om het ontrouw-kunnen-worden aan je roeping, dat is: aan je Heer.
In alle gevallen presenteert de boze/het kwaad zich als het goede! In verzoeking/beproeving zit altijd iets van VERLEIDING. Vgl Genesis 3 waar de slang de mens vrijheid en onsterfelijkheid belooft, ‘als God zijn’.

2 Leid ons niet in verzoeking…… Maar kan God in verzoeking/beproeving leiden? Is dat niet vreemd aan wie Hij is?

Hiermee komen we bij de onuitputtelijke vraag naar de oorsprong van het kwaad. Komt het kwaad van buiten of uit onszelf?
Zie hiervoor  Jacobus 1: 12-15: 12Gelukkig is de mens die in de beproeving staande blijft. Want wie de proef doorstaat, ontvangt als lauwerkrans het leven, zoals God heeft beloofd aan iedereen die hem liefheeft. 13Wie in verleiding komt, moet niet beweren: ‘Die verleiding komt van God.’ Want God stelt niemand aan verleiding bloot, zoals hij zelf ook niet door iets slechts in verleiding kan worden gebracht. 14Iedereen komt in verleiding door zijn eigen begeerte, die hem lokt en meesleept. 15Is de begeerte bevrucht, dan baart ze zonde; en is de zonde volgroeid, dan brengt ze de dood voort.

Verhelderend hier is de Joodse gedachte dat we zijn geschapen met twee driften/neigingen:
– de goede (aan)drift (de jetser hatov )
– de kwade (aan)drift (de jetser hara’)
Jacobus zit op deze lijn: uiteindelijk ligt de verzoeking in onszelf, in de kwade aandrift in onszelf.
We gaan hier nu wat verder op in. Het Sjema, Israël’s  Credo (Deuteronomium 6: 4,5), zegt:
Je zult de HEER je God liefhebben met HEEL JE HART. Dat betekent: Hem toegewijd zijn met zowel je goede als je kwade aandrift. Deze uitleg is afgeleid uit het gegeven dat voor het woord “hart” niet een woord met één lettergreep staat (lev, vgl. ons woord “lef”) maar met twee lettergrepen (levav).
Waar het om gaat is dat de HELE mens, ook met die aandriften die op zichzelf zo destructief kunnen zijn (ambitie, sexualiteit, passie, begeerte, toorn, etc) betrokken wordt in de heiliging van het leven. Zoals JHWH één is, zo zullen wij één worden.
De boze aandrift wordt zo onder de tucht van de eenwording – dat je met heel je wezen, onverdeeld, God bent toegewijd –  gebracht.  Dat is dus wat anders dan: uitgebannen.
Het zijn juist die “kwade” aandriften die een mens creatief maken en in beweging brengen! In die zin zou je kunnen zeggen dat we in het OV bidden dat we de kwade neigingen in onszelf brengen onder de ‘tucht’ van het goede. Vgl. Psalm 86: 11 en 12:   Leer mij, JHWH, uw weg (= de Tora),
opdat ik in uw waarheid zal wandelen; verenig mijn hart om uw naam te vrezen.
12  Ik zal U loven, JHWH, mijn God, met mijn ganse hart,
en uw naam eren (prijzen, lett: het (volle) gewicht geven) voor altoos; (vert. NBG 1951)

VRAAG: Wat vinden we van deze uitleg (God ook dienen en eren met je slechte aandriften). Herkennen we daarvan iets in onszelf?

3 DE OF HET BOZE? Het kwaad als persoonlijke of onpersoonlijke macht tegenover God.
Beide vertalingen zijn mogelijk. Bij ‘de boze’ moet je denken aan de duivel als persoonlijk wezen, tegenover God.
Bij ‘het kwaad’ is meer sprake van een anonieme macht.
VRAAG: Vroeger speelde – volgens mij – de duivel een veel grotere rol in prediking en geloofsleven dan tegenwoordig, althans in de brede stroom van het protestantisme. Herken je dat? Hoe komt dat volgens jou?
DUIVEL komt van het Griekse woord diabolos en betekent letterlijk: doordewargooier. Het is hij die verdeeldheid zaait, die beschuldigt en (be)lastert.

SATAN komt van een Hebreeuws woord dat ‘tegenstander, aanklager’ betekent.
Voor velen is de duivel als persoonlijke ‘antimacht’ achterhaald. Het gebed krijgt dan, in lijn met de joodse visie, de volgende strekking:
Leid ons zo dat we niet door de slechte aandrift worden beheerst, maar verlos ons uit de macht van de neiging tot het kwaad.
Vergelijk Jacobus 1: 14: Maar zo vaak iemand verzocht wordt, komt dit voort uit de zuiging en verlokking van zijn eigen begeerte.
Je kunt de laatste bede van het OV dus op twee manieren opvatten:
* vanuit de gedachte dat de wereld wordt beheerst door de duivel/satan als persoonlijke ‘vorst van deze wereld’
* vanuit de gedachte dat de macht van het kwaad in onszelf zit. Meer psychologisch dus. Zie boven.

Een joods avondgebed:
“Laat mij niet komen in de macht van de zonde en niet in de macht van de schuld noch in de macht van de verzoeking…” Een Franse bisschoppen-conferentie vertaalde de zesde bede aldus: “Ne nous laissez succomber à la tentation! » – laat ons niet zwichten voor de verzoeking.
Uit onze calvinistische traditie: Heidelbergse Catechismus ZONDAG 52
‘En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze‘.
Dat betekent: wij zijn zo zwak, dat we vanuit onszelf het nooit volhouden. Bovendien vechten onze grootste vijanden, de duivel, de wereld en onze zondige aard, ons onophoudelijk aan. Wilt U ons staande houden en versterken door de kracht van Uw Heilige Geest. Zodat we deze geestelijke strijd niet verliezen, maar altijd krachtig verzet bieden, totdat wij uiteindelijk bij ons sterven de volledige overwinning behalen.

VRAAG: Wat vind je van deze weergave? Welke opvatting herken je hierin?